Friedrich Nietzsche


(1844 - 1900)

Nietzsche werd geboren in het plaatsje Röcken gelegen in Saksen, Pruisen (het tegenwoordige Duitsland) op 15 oktober 1844 als zoon van een pastor. Na de dood van zijn vaders die zes maanden later gevolgd werd door de dood van zijn broer, was hij en zijn familie genoodzaakt om het pastoorshuis te verlaten. Het gezin verhuisde naar het nabij gelegen plaatsje Naumburg aan de Saale , waar Nietzsche 8 jaar bleef wonen.

Van zijn 14e tot zijn 19e ging Nietzsche naar een eerste klas kostschool, Schulpforta, dat niet ver van zijn woonplaats gelegen was. Hier bereide hij zich voor op zijn studie op de Universiteit. Hier ontmoete hij Paul Deussen die een levenslange vriendschap erop na zou houden met Nietzsche. In zijn vrije zomers leidde hij een muziek en literatuur clubje genaamd "Germania". Hierdoor raakte hij bekend met de werken van Wagner en las controversiële en demythologiserende werken van David Strauss ( Das leben Jesu kritisch bearbeitet oftewel Het leven van Jezus kritisch onderzocht uit 1848).

Na zijn eindexamen gehaald te hebben op Schulpforta, ging hij naar de Universiteit van Bonn (1864) alwaar hij Theologie en Taalkunde studeerde. Zijn interesse ging toch uit naar de Taalkunde kant- vooral het interpreteren van klassieke en bijbelse teksten. Als Taalkunde student volgde hij een aantal lezingen van onder andere Otto Jahn (1813-1869) en Frederich Ritschl (1806-1876). Geïnspireerd door Ritschl volgde hij zijn voorbeeld door zijn studie voort te zetten op de Universiteit van Leipzich in 1865. Nietzsche bouwde al snel een goede academische reputatie op door zijn essays over o.a. Aristoteles. Toen hij het boek "the world as Will and Representation" van A. Schopenhauer ontdekte werd zijn visie over de wereld en zijn geloof voor altijd vast gezet. Hij was toen 21 jaar oud. Schopenhauer's atheïstische en turbulente visie van de wereld, in tegenstelling tot zijn lof over muziek als kunstvorm, zou Nietsche voor altijd beïnvloeden.

Toen Nietzsche in militaire dienst moest, kwam hij thuis te zitten nadat hij van een paard was gevallen. Hij ging kort daarna terug naar de Universiteit, en in november 1868 ontmoete hij de componist Wagner, met wie hij een liefde deelde voor Schopenhauer . Nietzsche adoreerde Wagner voor zijn muzikale genuiteit en zijn magnetische persoonlijkheid. Hijzelf had ook muziek gecomponeerd toen hij een tiener was. Wagner was precies van dezelfde leeftijd als zijn vader was en had ook op de Universiteit van Leipzich gezeten. De quasi-familiaire relatie die Wagner en Nietzsche hadden was turbulent, en raakte Nietzsche erg diep. Jaren later zou hij nog wijzen op de culture invloed die Wagner zou hebben gehad. Tijdens deze periode werd Nietsche een positie aangeboden als klassieke Taalkundige op de Universiteit van Bazel, mede door de goede referenties die hij van Ritschl kreeg. Hij begon met lesgeven in 1869, toen hij nog maar 24 was.

Toch kreeg hij niet genoeg voldoening uit het lesgeven en het leven met zijn taalkundige collega's en bezocht meer lezingen waarbij hij intellectuele banden kreeg met Overbeck en Burkhardt. Hij bereidde zijn vriendschap met Wagner ook verder uit, door hem vaak te bezoeken in zijn huis in Tribschen, Zwitserland. Tijdens de oorlog tussen Pruisen en Frankenland (1870-71), waar hij werkte in een ziekenhuis om de oorlogsslachtoffers op te vangen, liep hij een aantal ziektes op die hem zijn levenslang zouden achtervolgen.

In 1872 publiceerde hij zijn eerste boek, The Birth of Tragedy, geïnspireerd door Schopenhauwer, Wagner, zijn klassieke studie, de werken van Lange en zijn frustratie over de minachting van Duitse cultuur. Het boek werd de hemel in geprezen door zijn vriend Wagner, maar ontving veel kritiek van de jonge en veelbelovende taaldeskundige Ulrich von Wilamowitz-Möllendorff (1848-1931), die het boek afkraakte bij zijn studenten.

Tussen 1872 en 1879 bleef hij in Zwitserland wonen. Toen hij 32 was deed hij een onsuccesvolle poging tot huwelijksaanzoek aan de Nederlandse pianiste Mathilde Trampedach. Tijdens deze periode schreef hij een vierdelige studie naar de minachtende Duitse cultuur- The Unfashionable observations genaamd- die zich toespitste op de historicus, religie en cultuur criticus, David Strauss, de zaken van de belangen van de sociale waarden van historische plaatsen, en natuurlijk de inspiratie die hij kreeg van Schopenhauer en Wagner die leidde tot zijn nieuw gevonden culturele standaards.

Aan het einde van zijn Universitaire carriere, schreef hij het werk: Human, All-Too-Human (1878), een boek die zijn keerpunt was in zijn filosofische stijl, en ook zijn einde van zijn vriendschap met Wagner betekende, omdat Wagner ten prooi viel aan zijn doorzichtige omschrijving van het karakter "the artist". Ondanks zijn tegenvallende recensies van het boek The Birth of Tragedy, bleef hij toch het respect krijgen in zijn professorische positie in Bazel, maar door zijn slechte gezondheid en zijn migraine aanvallen, oogproblemen en zijn vele braken moest hij zijn carrière als professor vaarwel zeggen in juni 1879. Na deze tijd leefde hij een zigeuner leven. Al rond reizend tussen zijn moeders huis in Duitsland en Italiaanse steden. Verbleef hij nooit langer dan 7 maanden op een plek. Mede dankzij het opgeven van zijn Duitse burgerschap en het niet verkrijgen van een Zwitserse.

Tijdens een van zijn verblijven in Rome (1882) ontmoete hij de Russische vrouw, Lou Salomé, een 21- jarige vrouw die filosofie en theologie studeerde in Zurich. Hij werd verliefd en deed een aanzoek, die zij niet aannam. Zij was later een kennis van Sigmeund Freud , en ze zou later een psychologische analyse schrijven over haar kennismaking met Nietzsche. In deze turbulente jaren schreef hij veel van zijn bekende werken o. a. Daybreak (1881), The Gay Science (1882), Thus Spoke Zarathustra (1883-85), Beyond Good and Evil (1886), en On the Genealogy of Morals (1887).

In zijn laatste actieve jaar heeft hij de volgende werken afgemaakt: The Case of Wagner (Mei -augustus 1888), Twilight of the Idols (augustus-september 1888), The Antichrist (september 1888), Ecce Homo (oktober - november 1888) and Nietzsche Contra Wagner (december 1888).

Op de ochtend van 3 januari 1889, toen hij in Turijn was, stortte hij mentaal in, en dat zou nooit meer goed komen. Toen hij een paard zag dat met de zweep kreeg van de koetsier, wierp hij zich om de nek van het paard en stortte totaal in, hij is daarna niet meer bij zijn volle verstand geweest. Sommige beweren dat ie beïnvloed was door een syfilisachtige infectie (dit was de oorspronkelijke diagnosis die men stelde in het ziekenhuis in Bazel en Jena), de hij opgelopen zou hebben door een medestudent of tijdens zijn werk in het ziekenhuis tijdens de oorlog. Sommige beweren dat hij aan een drug verslaafd was die hij als kalmeringsmiddel gebruikt zou hebben, die zijn zwakke zenuwstelsel aangetast zou hebben. Sommige speculeren zelfs dat zijn mentale instorting gelegen zou hebben aan een hersenziekte die hij van zijn vader geërfd zou hebben, en sommige houden vol dat een mentale ziekte hebben hem geleidelijk gek zouden hebben gemaakt. De echte oorzaak blijft nog steeds onduidelijk.

Werken van Nietzsche

  • Die Geburt der Tragödie (The Birth of Tragedy) (1872)
  • Menschliches, Allzumenschliches (Human, All Too Human) (1878)
  • Morgenröte (Daybreak) (1881)
  • Die fröhliche Wissenschaft (The Gay Science, with a Prelude of Rhymes and an Appendix of Songs) (1882)
  • Zur Genealogie der Moral (On the Genealogy of Morals) (1887)
  • Philosophy in the Tragic Age of the Greeks.
  • Also sprach Zarathustra (Thus Spoke Zarathustra) (1883 - 85)
  • Unzeitgemässe Betrachtungen (Untimely Meditations)(1873-76)
  • Jenseits von Gut und Böse (Beyond Good and Evil) (1886)
  • Zur Genealogie der Moral (On the Genealogy of Morals) (1887)
  • Ecce Homo: How One Becomes What One Is. (1888)
  • Der Fall Wagner (The Case of Wagner) (1888)
  • Götzen-Dämmerung (Twilight of the Idols) (1888)
  • Nietzsche contra Wagner (Nietzsche Contra Wagner) (1888)
  • Der Antichrist (The Antichrist) (1895)
  • Wille zur Macht (The Will to Power) (1901)
  • A fine selection in English is Selected Letters of Friedrich Nietzsche (1969)
  • Briefwechsel: Kritische Gesamtausgabe (1975)
  • Philosophy and Truth: Selections from Nietzsche's Notebooks of the Early 1870's.(1979)
  • Door: June

    top
    omhoog
    omlaag