
In 1755 werd in Meissen, Saksen, Samuel Hahnemann geboren als zoon van een porseleinschilder. Hij was een zeer intelligent kind, aangemoedigd door zijn vader slaagde hij erin op zijn 20ste reeds acht talen te beheersen en begon hij aan zijn studie medicijnen, eerst te Leipzig, later in Wenen. In 1779 studeerde hij af.
Oorspronkelijk startte hij zijn praktijk in Dresden, maar zou velen malen verhuizen; hij trouwde jong en werd spoedig vader. Weldra had hij een reputatie gevestigd als vriendelijk en gewetensvol arts, die ondanks zijn eigen gebrek aan financiële middelen, vaak betaling voor zijn werk weigerde. Uiteindelijk stopte hij met werken en ging scheikunde studeren, hij voorzag in zijn onderhoud met het vertaalwerk dat hij steeds blijven doen was. Aan het ziekbed van zijn kinderen leed hij het zwaarst aan de gebrekkigheid van de toenmalige geneeskunde; zo stopte hij met geneeskunde uitoefenen en zocht naar een betere manier om mensen verlichting te verschaffen.
In 1790 ontdekte hij het homeopathisch principe dat het "gelijke met het gelijkende"diende behandeld te worden. Hij wijde zich totaal aan het uitproberen van homeopathische middelen. Na zes jaar was hij voldoende overtuigd van de waarde van zijn bevindingen om in een leidend medisch vaktijdschrift een artikel te publiceren waarin hij dit principe vermeldde en begon een homeopathiepraktijk. Vervolgens publiceerde hij in 1810 het bekende "Organon der geneeskunde" en kort daarop een "Materia Medica" (het resultaat van zijn systematische tests met mogelijk medicinale stoffen)
De homeopathische wetenschap.
Terwijl Hahnemann bezig was met een vertaling van een werk van William Cullen, indertijd een van de bekendste fysiologen, verbaasde de schrijver Hahnemann met de opmerking dat de bittere en samentrekkende eigenschappen van kinabast, waarin kinine zit, als reden kon genoemd worden voor de doeltreffendheid van de behandeling van malaria met kinabast.
Hij besloot de fysiologische werking van kinabast zelf uit te proberen door telkens kleine doses in te nemen. Zijn lichaam begon na een tijdje op het middel te reageren. Tot zijn verbazing vertoonde hij symptomen die heel sterk aan malaria deden denken. Hahnemann vroeg zich daarop af of het genezende vermogen van kinabast voortvloeide uit het gegeven dat het middel symptomen kon opwekken die heel sterk op de ziekte zelf leken. Hij bestudeerde verslagen over kwik, arsenicum, belladonna en zilvernitraat en testte deze stoffen op zichzelf en op anderen en kwam tot de bevinding dat deze 'medicijnen' bij een overdosis symptomen veroorzaken die leken op die van de ziekte die men ermee bestreed.
Hahnemann vormde de Latijnse zin similia similibus curantur (laat hetzelfde genezen worden door hetzelfde)om aan te geven wat hij had ontdekt: stoffen kunnen in kleine doses het organisme stimuleren tot genezing van de kwaal die ze zelf in overdoses veroorzaken. Hij noemde het medisch systeem dat op dit principe was gebaseerd 'homeopathie', van de Griekse woorden homoios voor gelijke en pathos voor lijden of ziekte. Dit principe, doorgaans bekend als 'de wet van de gelijken', gaat er vanuit dat elke willekeurige stof die symptomen kan veroorzaken wanneer deze stof aan gezonde mensen wordt toegediend, kan helpen om die mensen te genezen die dezelfde symptomen vertonen.
De meeste proefnemingen met geneesmiddelen, uitgevoerd door de orthodoxe medische onderzoekers, werden gedaan op zieke mensen, op dieren of in laboratoria. Hahnemann leverde een vernieuwde bijdrage aan de medische wetenschap door als eerste aan te bevelen medicijnen te geven aan gezonde mensen om zo hun fysiologische eigenschappen te leren kennen. Deze experimenten of proeven houden in dat men de persoon in kwestie een kleine dosis van een bepaalde stof toedient en wel dagelijks tot dat er symptomen verschijnen. De dosis die wordt toegediend, is uiterst klein en wordt bepaald aan de hand van eerder gevonden gegevens over giftige eigenschappen van het gekozen middel. Van de symptomen die zich na toediening voordoen, wordt op basis van nauwgezette observaties, minutieus verslag gedaan. Elke stof veroorzaakt een veelheid aan fysieke, emotionele en mentale symptomen die uniek zijn voor die bepaalde stof.
Aanvankelijk gebruikte Hahnemann voornamelijk kruiden en zware metalen als kwik en arsenicum voor zijn proeven. Dat waren middelen die in die tijd door de orthodoxe artsen werden gebruikt. Later testte hij allerlei kruiden die men in de Europese volksgeneeskunde gebruikte. Sindsdien hebben andere homeopaten 'proeven' gedaan' met diverse andere kruiden uit allerlei streken en ook met veel stoffen van minerale en dierlijke afkomst.
Deze homeopathische proeven vormden de experimentele basis om te weten te komen welke symptomen een bepaalde stof veroorzaakt om zo te achterhalen, overeenkomstig de wet van de gelijken, welke kwaal door het middel geneest. Door die proeven weet de arts welk middel er moet worden gekozen, afgestemd op het geheel van symptomen van de individuele patiënt. De gedetailleerde verslagen over de symptomen die tijdens de proeven naar voren kwamen, werden samengevat in naslagwerken bekend onder de naam: Materia Medica.
In de repertoria treft men informatie om de informatie in de Materia Medica op te sporen; er staan duizenden symptomen in. Bij elk symptoom worden alle relevante homeopathische medicijnen genoemd.
Hahnemann testte de stoffen uit op mensen, dieren kunnen niet praten. Ze kunnen geen verslag uitbrengen van de wisselende stemmingen of verschillende soorten pijn, zoals die wel beschreven kunnen worden door menselijke proefpersonen. Daarbij hoort een ziektebeeld van een dier bij een dier en niet bij een mens. De reden is logisch:
- ze hebben een verschillende fysiologie
- de kracht waarmee de eigenschappen van het levenslichaam zich kunnen manifesteren, is anders dan bij de mens. (Bvb het afweermechanisme. Chimpansees kun je laten roken als een schoorsteen en toch krijgen ze nooit longkanker en van het aids-virus worden ze niet ziek. Evenzo geldt dit voor zelfgenezingskracht.)
- een dier heeft geen geest, er kunnen op dar niveau dan ook nooit symptomen zijn. Bovendien ontbreekt de belangrijke invloed die de geest kan uitoefenen op de vatbaarheid, op het symptomenbeeld en op de genezing.
Niet alleen de wetenschappelijke aanpak van de geneesmiddelenproeven van Hahnemann en collega's dwingt respect af. Zijn vrouw en vele collega-artsen hebben zelf vele proeven ondergaan om kennis van allerlei stoffen te verzamelen. De linkerarm van dr. Hering was blijvend verlamd na een proef met het slangengif lachesis. Alle basiskennis van homeopathische geneesmiddelen is van die mensen afkomstig.
De levenskracht.
In de meeste culturen is het denkbeeld ontwikkeld van een soort levensprincipe dat ons bezielt en waarmee men harmonie is. In het westerse denken is het idee terug te voeren tot de vroeg - Griekse denkers. De arts Galenus ontwikkelde zijn ideeën in de 2de eeuw na Christus, met de bewering dat de levensadem, "pneuma", vanuit de lucht werd ingeademd, door het lichaam circuleerde en bij e ontmoeting met de eigen geest van het lichaam in het hart werd omgezet in de levensgeest. Vanuit het oosten komt het hindoe yoga idee van "prana", de levensgevende energie, de bron van alle leven, de levenskracht of absolute energie.
De chinezen noemen deze kracht "chi" (qi) de energiestroom die door ons lichaam circuleert en die zij stimuleren en reguleren via accupunctuur. Hahnemann kwam tot de overtuiging dat de homeopathische geneesmiddelen op dit levensprincipe inwerken en daarmee het lichaam naar gezondheid kunnen leiden.
Om wat beter te kunnen begrijpen hoe dit principe van gelijksoortigheid werkt moeten we even stilstaan bij het afweer- of herstelsysteem van ons organisme. Ons organisme heeft een systeem, dat altijd tracht de zieke mens zo snel mogelijk naar de gezondheid terug te brengen. In de homeopathie noemen we dit het afweer- of herstelsysteem, ook wel de levenskracht, vitaliteit of dynamus genoemd. Als we bijvoorbeeld een wondje krijgen, dan zal dit herstel- systeem proberen het zo snel mogelijk te genezen, als we een been breken is het ook door dit herstel systeem, dat de beide afgebroken delen, nadat we ze door een spalk of gipsverband op de juiste manier tegen elkaar gelegd hebben, weer aan elkaar groeien. Hetzelfde zien we bij de meeste, niet al te zware, acute ziekten: griep, verkoudheid, acute bronchitis, voorhoofdsholteontstekingen enzovoort. Er is hier altijd vanzelf een sterke neiging tot herstel, maar het hangt af van de kracht van het afweersysteem of dit ook werkelijk lukt. In regel zien we dat jonge kinderen nog een relatief sterk afweersysteem hebben: de ene dag kunnen ze extreem hoge koorts hebben, de volgende dag is de ziekte al opgeruimd en kunnen ze weer gewoon aan de gang. Bij bejaarden is daarentegen het afweer systeem meestal al veel zwakker, waardoor een simpele griep al fataal kan zijn.
Homeopathie.
De klassieke homeopathie neemt een aparte en unieke plaats in de totale geneeskunde in. Ze is een zelfstandige geneeskunde die het complete werkgebied van de reguliere geneeskunde afdekt (exclusief chirurgie en anesthesie). Ze is daarom met geen andere geneeskunde, regulier of alternatief te vergelijken. Men noemt de oorspronkelijke homeopathie "klassieke" homeopathie, daarnaast kwam de complex-homeopathie en de populaire homeopathie voor zelfmedicatie.
In tegenstelling tot de gangbare opvatting maakt de homeopathie niet alleen gebruik van plantaardige geneesmiddelen. Er zijn ook veel middelen uit mineralen, metalen en uit dierlijke producten bereid. Er bestaan zelfs aardig wat middelen, die uit ziek materiaal gemaakt worden, volgens de homeopathische bereidingshandleiding worden deze op kiemvrijheid getest.
Een homeopathisch medicijn is trouwens nooit giftig op zich. Homeopathische medicamenten werken alleen door de overgevoeligheid van de patiënt op het middel. Het ziekte beeld van de patiënt moet zo nauwkeurig mogelijk overeen komen met het geneesmiddelbeeld. Is dat niet zo, dan is de patiënt ongevoelig voor het middel en in zo'n geval doet het medicijn niets.
Een uitzondering hebben we bij extreem gevoelige mensen. Vrij zeker zien we in zo'n geval dat de persoon dan tijdelijk een soort testingsbeeld van het geneesmiddel gaat ontwikkelen, wat de patiënt zeker geen schade kan berokkenen zoals we dat zien bij de bijwerkingen van de chemo - therapeutische medicijnen.
Dynamisatie
De primaire oorzaak van ziekte werd door Hahnemann altijd gezien als een dynamische verstoring van de lichaamsenergie, welke dus altijd voorafgaat aan echte organische pathologie. Een medicijn kan pas dan effectief werken als het van éénzelfde dynamische aard is als de primaire ziekte. De aard van de verstoring en het middel resoneren als het ware met elkaar en daardoor kunnen ze direct op elkaar inwerken. De bereiding van een medicijn tot zo'n zogenaamde dynamische of energetische kwaliteit noemt men dynamisatie of potentiëren.
Potientiëren
Hahnemann maakte zich zorgen over de veiligheid van zelfs de kleinste doses van de geneesmiddelen die hij gebruikte, want sommigen werden bereid uit erg giftige stoffen. Hij bedacht een bereidingsmethode, met hevig schudden, of successie, tussen elke verdunning die het geneesmiddel potentieërt en die enorme genezende energie losmaakt en opslaat. Hahnemann vond een potentie schaal uit voor geneesmiddelen al naar gelang hun verdunning.
Eén deel van de oorspronkelijke, of 'oertinctuur', verdund in 100 delen alcohol en water wordt C1 genoemd. Als men deze oplossing weer met één op 100 delen alcohol en water verdunt, dus 1 op 10.000, heet het resultaat C2. wordt hiervan vervolgens weer een deel genomen en bij 100 delen alcohol en water toegevoegd, dan ontstaat een C3: één deel op een miljoen. Tussen elke stap wordt de oplossing hevig geschud. De standaard notering voor 10 is D., 100 is C. en 1000 wordt genoteerd als M.Vaak worden de C 30, C 200, M., 10 M. of 50 M. potenties gebruikt. Maar over het algemeen begint een klassiek homeopaat met de C200. Verder zijn er ook zogenaamde LM potenties in de handel waarbij de verdunningsverhoudingen nog veel groter zijn.
Hahnemann betoogt op basis van zijn ervaringen, die we steeds weer overduidelijk bevestigd zien, dat de medicinale werkingskracht veel duidelijker, sterker en specifieker wordt naarmate we hoger potentiëren. Bij ongeveer de C12 is statistisch gezien de kans op een molecuul van de oorspronkelijke medicinale substantie te verwaarlozen.
Men noemt dat wetenschappelijk in de fysica: het getal van Avogadro is overschreden. En toch werkt het medicijn, mits dit juist is gekozen, effectiever, naarmate de potentie hoger is ! Het is trouwens zo dat de lagere potenties in hun werking absoluut niet te verklaren zijn door hun fysiologische gehalte aan moleculen. Het is een wetenschappelijk bewezen feit dat bijvoorbeeld Aconitum, een giftig kruid, al onwerkzaam is als gif na de D3 potentie, dus 3 keer verdund en geschud in een verhouding 1 op 10. Er is dan nog sprake van een miljard maal een miljard moleculen per gram ! En dan te bedenken dat de homeopaat hoofdzakelijk gebruik maakt van potenties als C 30, C 200, M. en nog veel hoger. De werking is hier specifiek energetisch en zoiets is voor velen moeilijk te begrijpen.
Einstein had met zijn veld theorie al het volgende gesteld: "We kunnen materie beschouwen als iets wat gevormd wordt door die delen van de ruimte, waar het veld extreem intens is. Er is geen plaats in de nieuwe fysica voor zowel het veld als de materie. Want het veld, energieveld, is de enige realiteit".
Dit is precies wat men met het potentiëren of dynamiseren doet. Men brengt de materie stapsgewijs over in de kwaliteit van het veld, ofwel een voor dit middel specifiek energiepatroon, wat in gezonde mensen ook ziekte symptomen kan opwekken, precies zoals het de voor dat patroon specifieke symptomen in zieke mensen kan genezen.
Dat hier geen sprake is van nep bewijst dat ook de hogere potenties de voor placebo ongevoelige zieken, namelijk zuigelingen en dieren, onmiddellijk kan genezen. Soms zelfs met de voor homeopathische karakteristieke beginverergering, met daarop volgende verbetering. En welk kind zou zichzelf met een placebo een verergering willen suggereren ? Het argument tegen homeopathie, als zouden de middelen nooit kunnen werken vanwege een te kleine fysiologische dosis, getuigt van een verouderde materialistische visie op het leven, die niet langer houdbaar is. Deze is in de moderne fysica ook al reeds 60 jaar achterhaald.
Zelfmedicatie met Homeopathie, waar ligt de grens?
Steeds meer mensen stappen over op het gebruik van homeopathische middelen. De meeste zijn zonder recept verkrijgbaar bij apothekers of drogisterijen. Nog steeds denkt men dat de kreet "baat het niet schaden doet het ook niet" van toepassing is op homeopathie. Homeopathie wordt vaak toegepast onder het mom van laten we dat maar eens proberen.
Mensen gaan ermee om alsof ze een pijnstiller nemen en dat terwijl homeopathie een krachtige geneeswijze is.Een eerste verstandige richtlijn voor zelfmedicatie: het moet beperkt blijven tot aandoeningen waarvoor men ook niet direct naar de huisarts zou gaan en als tweede richtlijn: na inname van een homeopathisch middel moet spoedig een verbetering volgen. Onder spoedig moet worden verstaan binnen 1 á 1 ½ dag. De verbetering moet ook blijvend zijn. Zodra een acuut opgetreden klacht waarvoor men zelf een homeopathisch middel zoekt toeneemt hetzij in frequentie hetzij in ernst is het verstandig naar de huisarts te gaan of naar een klassiek homeopaat.
Soms zal de klassiek homeopaat na raadpleging adviseren een bezoek te brengen aan de huisarts bijvoorbeeld indien iemand ernstige hoofdpijnklachten heeft gekregen met eventuele andere bijkomende klachten zoals flauwvallen, duizeligheid, krachtsverlies, vergeetachtigheid en dergelijke terwijl hij daarvoor geen of nauwelijks hoofdpijn heeft gehad. Dit om een organische oorzaak uit te kunnen sluiten. Ook indien hij/zij wel frequent hoofdpijn heeft gehad maar deze hoofdpijnklachten gaan veranderen qua verschijnselen is het verstandig te overleggen met de huisarts.