Behaviorisme is een benadering dat psychologie is gebaseerd op het idee dat gedrag belangrijk, interessant en het bestuderen waard is. De theorie gaat ervan uit dat vrije wil een illusie is en het gedrag wat mens en dier vertoont door de omgeving bepaalt wordt dmv. associatie of door versterking.
Deze theorie was de concurrent van Freud's psychoanalyse in de 20e eeuw. Ivan Pavlov (klassieke conditionering), John B. Watson (die vond dat men zich puur met experimenten in het lab moest bezig houden) en zijn leerling B.F. Skinner zijn de grote namen uit het behaviorisme.
Er zijn verschillende manieren om dit wetenschappelijk te benaderen. Sommige wetenschappers vinden het observeren van gedrag in natuurlijke omgeving en de daarop volgende mentale en lichamelijke reacties belangrijk. Anderen vinden dat daarbij teveel gerefereerd wordt aan geloof en doelen en zeggen dat men naar het pure moet kijken, dus in een laboratorium moet toetsen.
De oorsprong van Behaviourisme ligt al bij Darwin, die de evolutie theorie documenteerde. John B. Watson (1878-1958) schreef in zijn boek Psychologie vanuit het standpunt van een behaviorist dat de psychologische waarde van het gedrag zelf belangrijk is en daardoor meer inzicht verkregen kan worden in het doen en laten, dan je te focussen op het innerlijke en de mentale staat waarin mensen verkeren. Dit was het totale tegenovergestelde van de structuralistische psychologie op dat moment, die de zelfbeschouwing en weerspiegeling methode gebruikte en het gedrag van geen waarde vonden. Watson bestudeerde de aanpassingen van organismen in hun omgeving, gespecificeerd op de stimulansen die de lijdende organismen kregen en hun reactie erop. Zijn studie was puur gebaseerd op het gedrag van dieren. Hij werd hierdoor beïnvloed door het werk van Pavlov, die per ongeluk het klassieke conditioneren had ontdekt. De studie zelf beperkte zich tot ratten die een doolhof doorliepen en daarvoor beloond werden en andere dieren in het laboratorium.
Watsons leerling B.F. Skinner heeft de skinnerbox ontworpen. Dit zijn de plastieken of glazen behuizingen waar de dieren in verbleven. In de skinner box zit altijd een hefboomconstructie waar het dier op kan staan of op pikt zodat ze hun beloning voor het gedane werk kunnen ontvangen. De geruchten dat skinner zijn dochter in zo'n box heeft laten opgroeien zijn niet waar. Zijn dochter heeft wel de eerste twee jaar in een zogenaamde Aircrib of "babytender" doorgebracht. Dit was een grote ruime slaapplek voor de kleine die op de juiste temperatuur werd gebracht, waarvan de lucht werd gefilterd (wel met de normale bacteriën) en de wanden het geluid dempte, zodat harde, plotselinge geluiden aangenaam werden voor het kind. De baby hoefde daardoor niet in lagen kleding gewikkeld te worden om op temperatuur te blijven, maar lekker in haar luier kon slapen. Zijn dochter is daardoor nooit ziek geworden en kreeg pas op haar 16e haar eerste verkoudheid.