In de begintijden van de psychologie werd er een grote strijd gevoerd door twee belangrijke basis beredeneringen. Het Structuralisme en Functionalisme. Beiden zijn erg belangrijk geweest voor de hedendaagse psychologie.
Het structuralisme is een algemene aanpak van meerdere wetenschappelijke studies. Het onderzoekt de verbanden tussen fundamentele elementen waarop hogere mentale, linguïstische, sociale, culturele, enz structuren zijn gebouwd, waarop dan een betekenis wordt gevormd door een persoon, systeem of cultuur.
In de psychologie kwam deze vorm het eerst voor in de 19e eeuw en kwam terug in het tweede deel van de 20e eeuw, waar het de meest populaire benadering werd in het academische veld om taal, cultuur en de gemeenschap te analyseren.
Wilhelm Wundt wordt als grondlegger van deze methode beschouwd in eind 19e eeuw. Hij probeerde in 1897 met experimenten aan te tonen dat zijn hypothese, dat bewust mentaal leven in fundamentele elementen gesplitst kunnen worden waarna ze weer een meer complex mentaal structuur vormen, klopte. Zijn vorm van structuralisme werd snel de rug toegekeerd. Omdat het niet zo getest kon worden als gedrag wel bewezen kon worden. Tot nu, nu kunnen we met behulp van hersenscans specifieke hersencellen identificeren die gespecialiseerd zijn in specifieke elementen. Bijv. de hersencellen die gespecialiseerd zijn in lijnen en vormen met de daarnaast volgende hersendelen waar de meer complexe visuele structuren worden gevormd. Deze methode wordt eerder cognitieve psychologie genoemd ipv. Structuralisme omdat Wundt's term nooit gestopt is met de geassocieerde problemen rondom de observatie.
William James was het absoluut niet eens met Wilhelm Wundts structuralisme. In zijn boek Principales of Psychology uit 1890 onderbouwt hij zijn mening. Hij is van mening dat het bewustzijn een continue stroom, en daardoor bestudeert moet worden naar functie en doel van het bewustzijn ipv elementen. Hij werd hierdoor beïnvloed door de evolutie theorie van Darwin. Functionalisten bestuderen de mentale activiteiten en gedragingen in natuurlijke context. Deze benadering werd overgenomen door de moderne toegepaste psychologie en het behaviorisme. Hierdoor zijn ook een aantal nieuwe onderzoeken verruimd van organismen die niet te classificeren zijn door bepaalde omstandigheden (denk hierbij aan geestelijk gehandicapten, kinderen, enz). Ook werden met deze methode speciale intelligentie testen ontwikkeld om kinderen te classificeren.